4 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
Jaarverslag Katholieke Bouwvereniging St. Hippolytus
: R16688
Zo af en toe: info bulletin voor leden en bewoners van de Katholieke Bouwvereniging St. Hippolytus
: R19857
Van krot tot woongenot : kroniek van een katholieke bouwcorporatie, St. Hippolytus 75 jaar 1910-1985
: R57603
Van krot tot woongenot : kroniek van een Katholieke bouwcorporatie : St. Hippolytus 75 jaar, 1910-1985
: R16456

Katholieke Bouwvereniging St. Hippolytus

Uit WikiDelft

Ga naar: navigatie, zoeken

Voorwoord
Evenals de andere zes Delftse woningcorporaties heeft Bouwvereniging St. Hippolytus een grote bijdrage geleverd aan de opkomst en de ontwikkeling van de (sociale) huisvesting in Delft. Door de fusie met de woningcorporaties AWS Volkshuisvesting en Onze Woning in 2000 is het erfgoed van de Katholiek Bouwvereniging St. Hippolytus opgegaan in de nieuwe corporatie “Delft Wonen”. Enkele jaren later fuseerde Delft Wonen met de Rotterdamse corporatie Woonbron.


Deze bijdrage aan WikiDelft heeft tot doel het erfgoed van de Bouwvereniging St. Hippolytus vast te leggen en voor volgende generaties te bewaren. Hierbij is dankbaar gebruik gemaakt van “Van Krot tot Woongenot” een kroniek geschreven in 1985 door Jacques Zuiderwijk ter gelegenheid van het vijfenzeventig jarig bestaan van de bouwvereniging, de bloemlezing “Van Corporatie naar Coöperatie” in opdracht van Hippolytus Wooncorporatie geschreven door Hans Mey te Schoorl ter gelegenheid van de fusie in 2000 en de gebundelde infobulletins “Zo Af en Toe” 1981/1994 in bezit van J.C.M. Holierhoek, werkzaam bij de Katholieke Bouwvereniging St. Hippolytus in de periode 1971 tot en met 1993, aanvankelijk als administrateur daarna hoofd algemene zaken en tenslotte als directeur van 1982 tot en met 1994.


De Woningwet van 1901


De Woningwet van 1901 is op het gebied van de volkshuisvesting van enorme betekenis. Tot dat moment bestaat geen wetgeving op dat gebied. Op grond van deze wet worden gemeenten verplicht bouwvergunningen af te geven op basis van een verplichte bouwverordening. In de jaren voorafgaand aan de Woningwet hebben artsen er al op gewezen dat het ontstaan van besmettelijke ziekten direct te maken heeft met de kwaliteit van woning en woonomgeving. Met deze nieuwe wet kan een zekere mate van beschaving worden bereikt voor de arbeidende klasse. De minimaal wenselijke geachte voorzieningen van arbeiderswoningen zouden huishoudelijkheid en gezinsleven kunnen bevorderen. Dit is bij uitstek het middel tot zedelijke verheffing. De Woningwet maakt het tevens mogelijk dat instellingen een “toelating” kunnen verkrijgen. Voorwaarde is dan wel dat deze instellingen uitsluitend in het belang van de Volkshuisvesting werkzaam moeten zijn. Als een woningbouwvereniging een toelichting heeft kan in aanmerking worden gekomen voor leningen en exploitatiebijdragen van de rijksoverheid. Geheel in tegenstelling tot de jaren voor de Woningwet werpt te overheid zich op als grote beschermer en financier van de volkshuisvesting. De toelatingsprocedures vergen echter veel tijd en energie en daarom zijn er in Nederland in 1906 pas 28 toegelaten bouwcorporaties.


De vooroorlogse periode (1910-1940)

De oprichting

Op uitnodiging van het Comité Delft der Katholieke Sociale Actie komt op 24 september 1909 in de bestuurskamer van de r.k. leesvereniging aan de Koornmarkt een aantal vooraanstaande katholieken bijeen met het doel een rooms-katholieke bouwvereniging op te richten. Nadat de redactiecommissie de statuten heeft opgesteld worden alle katholieken van Delft ter vergadering groepen om de bouwvereniging op te komen richten. Deze constituerende vergadering wordt op 11 februari 1910 gehouden in de zaal van de r.k. Volksbond, Verwersdijk 1 onder leiding van de voorzitter van de voorbereidende commissie Graaf M. le Grelle. Naast pastoor H.A. van Kessel o.f.m. en rector J.L.Dankelman zijn dertig belangstellenden aanwezig. De ontwerpstatuten worden met weinig wijzigingen aangenomen. Zesentwintig deelnemers geven zich geven zich terstond als aandeelhouder op om daarmee de oprichting van de rooms-katholieke bouwvereniging St. Hippolytus tot een feit te maken.

Graaf le Grelle eerste voorzitter

Graaf le Grelle

Graaf Maximiliaan Johannes Baptista Gerardus Maria Josephus le Grelle (1882–1922) wordt in Antwerpen geboren als telg van een bankiersgeslacht. De jonge graaf komt in 1904 naar Delft om als firmant van het bankiershuis Le Grelle aan de Koornmarkt 41 de financiële zaken te leiden. Hij is een vroom en overtuigd katholiek en bekleedt al snel tal van functies in het organisatieleven, zo ook het voorzitterschap van de Kath. Bouwvereniging St. Hippolytus. In 1918 is hij directeur van de Incassobank-Delft, waar het bankiershuis le Grelle is opgenomen. Max le Grelle is een beminnelijke man met een zacht, dienstbaar karakter en bijzonder geliefd bij zeer veel Delftenaren. Hij heeft geen kinderen maar is een echte kindervriend, vooral rond sinterklaas. Een longontsteking met complicaties maakt in vijf dagen een plotseling einde aan zijn leven. Hij is nog geen veertig jaar. Het is een harde slag voor heel Delft. Hij wordt bijgezet in het familiegraf op het R.K. kerkhof in Wassenaar.

Voortvarend bestuur

Van meet af aan pakt het bestuur de zaken voortvarend aan. Het College van Burgemeester en Wethouders vinden het echter wel wat te voortvarend. Het bestuur wil ook in Rijswijk en Hof van Delft bouwen en dan ook alleen maar voor Rooms-Katholieken. Ook met de Raad van Commissarissen heeft het bestuur in die beginjaren een moeizame relatie. Een lid van de raad wordt zelfs geroyeerd omdat hij zich heeft aangesloten bij een moderne ambtenarenbond.

Het leggen van de eerste steen op 20 juni 1912 door Graaf le Grelle was een feest met een passende entourage van belangstellenden en genodigden.

Ondanks deze perikelen legt voorzitter Graaf le Grelle op 20 juni 1912 de eerste steen van een complex arbeiderswoningen in het zogenaamde Heilige Land (Complex 1). De bouwvereniging doet waarvoor ze is opgericht, namelijk bouwen. Er worden 95 woningen gerealiseerd en vier winkels. De huurprijs van deze woningen ligt rond de drie gulden per week. De winkels hebben ook al huurders namelijk Meijkamp (kruidenierswaren), Eekhout (waterstokerij), Van der Meer voor koffie, thee, sigaren etc. en Hilkhuyzen voor groente en fruit.


Moederfonds (Een typisch katholieke gedachte?)
Het bestuur besluit op 4 mei 1913 tot het vormen van een zogenaamd 'moederfonds'. Hiertoe is als start een kleine gift ontvangen. De contributie gaat 2 cent per week bedragen, waarvoor na 1 oktober bij uitbreiding van het gezin twee weken vrij huishuur zal worden gegeven.


Vandalisme (Ook toen al een probleem!)

Odulphusstraat 32/34 de eerste bestuurskamer en 'werkplaats'


Op 9 januari 1914 bespreekt het bestuur de 'ruïnatie' van de speelplaats in de Tweede Van der Madestraat. Besloten wordt deze speelplaats voorlopig te sluiten. Uit het jaarverslag 1913–1914:

'Evenzoo is het gesteld met de pleintjes. Steeds heeft het bestuur getracht deze een goed aanzien te geven om het overdoen aan de gemeente spoediger gedaan te krijgen , omreden deze pleintjes in de toekomst jaarlijksch een aardig sommetje zullen gaan kosten aan onderhoud, doch treurig genoeg, het moet gezegd, is er meer tegen- dan medewerking geweest, terwijl zij toch aan de zorg van alle bewoners waren toevertrouwd. Speelplaatsen een heerlijk idee! Hoorde men van menigeen, zooniet van leden als andersdenkenden. Ook dezen hebben het bestuur een fiasco bereid. Men moest toch begrijpen dat niet ieder jaar de speelplaatsen opnieuw opgetuigd kunnen worden. Vandaar dat het bestuur andere maatregelen moet nemen, ten spijt van velen.'


De straten worden genoemd naar de stichter van de St. Hippolytuskerk (Oude Kerk) Bartholomeus van der Made. Zo komen er de Eerste en de Tweede Van der Madestraat (later omgedoopt tot Odulphusstraat) en als dwarsstraat de Vondelstraat (later Cornelis Musiusstraat). In 1921 worden 65 woningen (complex 2) opgeleverd, in welk bouwplan ook het eerste kantoor/werkplaats van de vereniging is opgenomen.

Voorzitter C.J. Spendel
“De Vader van het grote Heilige-land-gezin” (1920–1942)

Voorzitter C.J. Spendel, de vader van het grote Heilige-Land-Gezin.

Na het overlijden van voorzitter Graaf Le Grelle wordt C.J. Spendel (aanvankelijk plaatsvervangend bestuurslid) benoemd tot voorzitter. Vanaf 1920 is hij lid van de gemeenteraad. Hij blijft 22 jaar in deze functie en krijgt de bijnaam 'De Vader van het grote Heilige-land-gezin'. Op 16 mei 1942 neemt hij afscheid als voorzitter. Spendel, wonend in de Geertruyt van Oostenstraat sterft in 1950 (87 jaar) te midden van zijn gezin.


Eind jaren dertig, kort voor de Tweede Wereldoorlog, worden nog eens 90 woningen aan het woningbezit toegevoegd. Alyd Buserstraat, Geertruyt van Oostenstraat en de Vondelstraat (Complex 3). Dit plan dreigt in 1934 niet van de grond te komen omdat de Inspecteur van Volkshuisvesting de woningen te mooi en duur vindt.

De periode van de voorzitters Bakker en De Groot (1942–1960)

Voorzitter M.M.J. de Groot
Voorzitter Bakker


Periode 1940–1960

De bezettingsjaren

Als in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbreek wordt het ook voor de bouwvereniging een heel moeilijke tijd. Vanwege het gebrek aan materiaal kunnen de woningen nauwelijks worden onderhouden. Ook komt de bouw van woningen nagenoeg tot stilstand door stijgende bouwprijzen, gebrek aan materialen en bouwvakkers. In 1942 wordt een algemeen bouwverbod afgekondigd. De bewoners hebben aan alles een tekort. Om in de (honger)winter de woningen enigszins te verwarmen wordt in noodkacheltjes van alles en nog wat verband. Daardoor worden er na de oorlog veel vernielingen geconstateerd aan schuttingen en afscheidingen. Ook waterleidingen, WC potten en riolering raken door de strenge winter van 1944 zwaar beschadigd. Na de oorlog is er een groot tekort aan woningen, waardoor “inwonen” de gewoonste zaak van de wereld wordt.

De na-oorlogse jaren

De nasleep van de oorlogsjaren is de oorzaak van een traag op gang komend onderhoud aan het woningbezit en de bouw van nieuwe woningen. Door de grote woningnood, ook onder de katholieke bevolking van Delft beijvert het bestuur zich om in samenwerking met de gemeente te komen tot nieuwbouw. Pas in 1952, na veel en moeizaam overleg, kan de nieuwe voorzitter M.M.J. de Groot (voorzitter Bakker is kort daarvoor afgetreden als gevolg van een conflict met de Raad van Commissarissen) meedelen dat er door St. Hippolytus gebouwd gaat worden in de Voordijkhoornse Polder. Aan de Mijerstraat worden 75 woningen (complex 4) gerealiseerd. In 1955 worden er voorbereidingen getroffen voor de bouw van 108 woningen aan de Van der Lelijstraat e.o. (complex5)

Complex 4 Kappeyne v.d. Coppellostraat en omgeving
Complex 5 Van der Lelystraat en omgeving


Samenwerking met de Delftse Katholieke Stichting voor Bejaardenzorg (DKSB)
Complex 6 Aruba- Bonairestraat


Katholiek Delft beijvert zich om voor de huisvesting van oudere katholieken een stichting in het leven te roepen. Dat wordt de DKSB. Het bestuur van St. Hippolytus gaat in de Arubastraat en de Bonairestraat 72 bejaardenwoningen (complex 6) bouwen. In 1956 komt het bestuur van St. Hippolytus met dat van de DKSB overeen, dat deze woningen zullen worden toegewezen door de DKSB.


Van koepelorganisatie tot branchevereniging
In deze periode wordt de bouwvereniging St. Hippolytus lid van het Katholiek Instituut van de Volkshuisvesting (KIV). Deze landelijke koepelorganisatie voor katholieke woningbouwverenigingen behartigt de belangen van deze corporaties op landelijke niveau. De woningbouwverenigingen van christelijke signatuur worden lid van het CIV en voor andere stromingen is er de Nationale Woning Raad (NWR). Het KIV en het CIV en ook de Limburgse koepel “Ons Limburg” fuseren begin jaren tachtig tot het Nederlands Christelijk Instituut voor de Volkshuisvesting (NCIV). Eind negentiger jaren fuseren het NCIV en de NWR tot de huidige branchevereniging Aedes.


Eind jaren vijftig staat de bouwvereniging St. Hippolytus aan de vooravond van een periode van ruim van dertig jaar intensief bouwen, renoveren en grootonderhoudswerkzaamheden. Een periode die geschiedenis schrijft.

Periode 1960 – 1970

L. Weeber (Leo) neemt de voorzittershamer over van M. de Groot
In de bestuursvergadering van 12 oktober 1960 worden als opvolgers van de aftredende bestuursleden de heren M. de Groot, J. Wensveen en J. Rethans die avond de heren L. Weeber, W. Hilkhuijsen en E. van Rooyen gekozen. In de bestuursvergadering van 22 oktober 1960 wordt de heer L. Weeber gekozen tot voorzitter.

Voorzitter Leo Weeber


Voorzitter Leo Weeber is een geboren leider. Hij probeert als geen ander zijn katholieke idealen te verwezenlijken. Hij is gemeenteraadslid voor de KVP en later wethouder van volkshuisvestingszaken. Ondanks zijn drukke bestaan en de mogelijke belangenverstrengeling met zijn wethouderschap blijft hij tien jaar voorzitter. Onder zijn “bewind” wordt samen met een aantal bevlogen bestuursleden veel tot stand gebracht en loodst hij op een wat slordige, maar effectieve wijze de vereniging door de meest bouwlustige periode van haar geschiedenis. Het is met feiten te bewijzen, dat zowel de Delftse politiek, de katholieke bejaardenzorg én de katholieke bouwvereniging enorm veel profijt getrokken hebben van deze man.


Op de valreep besteedt het bestuur aandacht aan de viering van het vijftig jarig bestaan van de vereniging. Op 15 januari 1960 besluit het bestuur om met het oog op de naderende vastentijd het feest op 23 april van dat jaar te vieren. Het is de bedoeling dat in alle R.K. kerken van Delft een heilige mis uit dankbaarheid wordt opgedragen.

Vosmaerstraat 78, de tweede bestuurskamer en werkplaats, tevens kantoor voor de eerste professionele administrateur


Op 1 maart 1961 treedt de heer M.G. Hobert uit Wierden in de functie van opzichter in dienst van de bouwverenigjng. Eerder op 2 januari van dat jaar wordt het eerste personeelslid, timmerman Brouwer in dienst genomen. Dit kan gezien worden als de eerste stappen in de richting van professionalisering van de bouwvereniging. Ook wordt in dat jaar de tweede bestuurskamer, werkplaats en kantoor Vosmaerstraat 78 betrokken waarin de eerste professionele administrateur J.A.J. Slee aan de slag gaat. In 1962 neemt voor het eerst een vrouw zitting in het bestuur. Het is mevrouw J. Bruggemans - van Schie. Bouwen in de polder


De jaren zestig zijn voor wat betreft de bouw van woningen bijzonder productief.
Complex 7 Krakeelpolderweg e.o.
Complex 8 12 woningen voor alleenstaande dames


In de Krakeelpolder (grenzend aan het Westerkwartier waar veel grote katholieke gezinnen wonen in te kleine huizen) bouwt St. Hippolytus 234 portiekwoningen in de Staalmeesterstraat/Schrobbelaarstraat / Frank van Borselenstraat e.o. (Complex 7) ook wordt hier een complexje van 12 flatjes voor vrijgezelle dames ontwikkeld en gebouwd. (Complex 8) De relatief grote woningen in de Krakeelpolder worden deels toegewezen aan de grote katholieke gezinnen uit het Westerkwartier. Om in aanmerking te kunnen komen moet men wel van katholieke huize zijn en lid van de vereniging.

Een der eerste en een der laatste stamaandelen. Het nummer bepaalde de volgorde bij het toewijzen van een woning

Bij de oprichting van de vereniging in 1910 werden stamaandelen uitgegeven ter grootte van tien gulden. Deze aandelen worden in mei 1961 omgezet in llidmaatschapskaarten.

In samenwerking met de zes andere Delftse woningbouwcorporaties (Volkshuisvesting, Patrimonium, Hof van Delft, Delfland, Ons Huis en Onze Woning) worden er in Voorhof II Oost verscheidene bouwplannen gerealiseerd.
Complex 9 Dirk Costerplein
Complex 10 Betje Wolfflaan en omgeving
In 1967 wordt het eerste hoogbouwflat aan het Dirk Costerplein in gebruik genomen. Dit gebouw bestaat uit 264 drie- en vierkamer galerij woningen (Complex 9). Het bestuur heeft getracht dit woongebouw de naam “le Grelleflat” te geven, maar dat stuitte op bezwaren bij de gemeente.



Ook worden in die periode nog eens 82 eengezinswoningen gebouwd aan de Betje Wolfflaan e.o. (Complex 10). In samenwerking met het Delftse bedrijfsleven bouwt St. Hippolytus 204 premiehuurwoningen aan de Vulcanusweg en de Herculesweg (Complex 11).
Complex 11 Vulcanus- Herculesweg
1966. Het trotse kantoorgebouw en werkplaats aan de Van Saenredamstraat 1a blijkt al gauw te klein!


De heer A.K. de Bruin is penningmeester. Naast deze bestuursfunctie is hij administrateur. Deze beide functies belasten hem te veel en daarom treedt op 1 maart 1968 de heer Ch. Van den Bos in dienst in de functie van administrateur. Per dezelfde datum gaat een fulltime typiste aan de slag. Op 16 februari 1970 ontvangt het bestuur de ontslagbrief van de voorzitter Weeber. In de bestuursvergadering van 25 februari 1970 wordt in overleg met de raad van commissarissen de heer A.H. Kramer benoemd tot voorzitter.


Voorzitters komen en gaan (1970-1980)


Ondanks de vele voorzitterswissels wordt er in de jaren zeventig heel veel gebouwd en even zoveel gepresteerd. Na de relatief korte zittingsperiode van voorzitter Kramer volgen die van onder andere de heren A.J.P. Olsthoorn, W.J. van Dort, W. F. Wijffels, A.H. Geers, F. G. Fr. Lemminck en E.H. Th. Gerritsen. Als opvolger van de heer Bos. Op 1 maart 1971 treedt de heer J.C.M. Holierhoek in dienst als administrateur.

Miljoenenleningen
Om de in aanbouw zijnde wooncomplexen 11 Vulcanus/Herculesweg , 14 Aart van der Leeuwlaan en 15 de Artemisstraat) in de premiehuursector te kunnen financieren trekt het bestuur in het voorjaar van 1971 miljoenen guldens aan. Geldverstrekkers zijn onder andere het Pensioenfonds van Nederlandse Koninklijke Gist- en Spiritusfabriek, De Spaarbank Delft, De Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid. De bouwvereniging moet uit eigen middelen tien procent van de stichtingskosten inbrengen. Voor het plan 307 maisonnettewoningen van Staalbouw/INBO aan de Buitenhofdreef moet de komende maanden nog eens vijftien tot twintig miljoen gulden worden aangetrokken. De financiering van de woningwetwoningen (zie hieronder) wordt geheel door de overheid verzorgd. Hiermee is voor complex 13 Eisenhowerlaan/Rooseveltlaan f. 5.300.000,00 gemoeid en voor de woningen in de Gilliswijk f. 17.500.000,00.

Woonruimteverdeling
De door de gemeenteraad vastgestelde woonruimteverdelingregels bieden de vereniging de mogelijkheid om op beperkte schaal woningwetwoningen toe te wijzen aan leden via het eigen verdeelsysteem (lidmaatschapsnummer). Voor de premiehuurwoningen, die qua huurprijs een stuk hoger liggen, is toewijzing aan leden wat eenvoudiger. Deze woningen worden ook aan medewerkers van Delftse bedrijven verhuurd, alsmede aan bijvoorbeeld politieagenten en onderwijzend personeel.


Handen vol aan het toewijzen en verhuren van nieuwbouwwoningen
Op 20 januari 1971 worden de eerste 10 van de 523 woningwetwoningen in de Gilliswijk (Buitenhof) verhuurd en op 19 februari de eerste 8 woningwetwoningen van het complex eengezinswoningen aan de Eisenhower/Rooseveltlaan. In beide complexen worden zoveel mogelijk grote (katholieke) gezinnen geplaatst. Voor de vijfkamer flatwoningen in de Gilliswijk geld de gemeentelijke norm man/vrouw/minimaal 2 kinderen. Voor de eengezinswoningen aan de Eisenhower/Rooseveltlaan heeft de gemeente als norm minimaal 7 personen vastgesteld. De consequentie van deze strikte toewijzingsnormen is dat deze wooncomplexen na tien jaar grote groepen “opgeschoten jeugd” herbergen, die voor overlast gaan zorgen. Hierover meer onder het hoofdstuk “Rehabilitatie van de Gilliswijk. In 1974 en 1975 worden ook de eerder in aanbouw genomen 102 premiehuurwoningen van de Aart van der Leeuwlaan, de 153 premiehuurwoningen van de Artemisstraat en de 307 premiehuurwoningen van de Foulkeslaan en de Montgomerylaan toegewezen en verhuurd. In 1975 gaat de bouw van 91 woningen in de Mijnbouwstraat en de Kanaalweg van start.

Steeds meer medewerkers in vaste dienst
In het jaarverslag over 1971 staat geschreven dat door de groei van de vereniging het bestuur helaas niet meer in staat is met alle leden en bewoners persoonlijk contact te onderhouden. Het bestuur staat dan ook zeer positief tegenover het ontstaan van bewonersverenigingen. Het administratieve personeel is belangrijk uitgebreid. Dat bestaat nu uit drie personen, terwijl zeven personen technisch werkzaam zijn. Begin 1975 zijn er al 21 personeelsleden in dienst van de vereniging. 6 Administratieve personen, 6 schoonmakers en 10 technische mensen.

Renovatie vooroorlogse woningen
Op 15 december 1971 wordt goedkeuring ontvangen van het Ministerie voor de renovatie van de 90 woningen van complex 3 in het Heilige Land. De bewoners van het oudste Hippolytus woningen Van der Made - Odulphusstraat e..o. (complex 1) maken bezwaar bij het bestuur over het uitblijven van de renovatie van hun woningen. Een paar architecten en vele jaren later wordt eind jaren zeventig deze renovatie afgerond.

Huurincasseerder wordt overbodig
Door de Overheid is inmiddels tot het huurharmonisatiesysteem besloten. De woonwaarde van elke woning wordt door een puntensysteem vastgesteld. Op grond van deze waardering krijgen woningen meer of minder huurverhoging. Tot dat moment kon aan de huurprijs worden gezien van welke complex de woning deel uitmaakte. Elke type woning had dezelfde huurprijs. Door het harmonisatiesysteem kregen binnen een paar jaar de woningen die tot één en hetzelfde complex behoorden verschillende huurprijzen. De handmatig uitgevoerde huuradministratie werd daardoor steeds bewerkelijker. Omdat de computer in die tijd in opkomst was, bood koepelorganisatie NCIV haar leden de mogelijkheid om de huuradministratie mechanisch te verwerken. Aanvankelijk door middel van ponskaarten en later door computermatige verwerking. De automatisering van het betaalsysteem bij banken maakte de huurincasseerder overbodig. Sinds jaar en dag was er bij de Bouwvereniging St. Hippolytus een huurincasseerder werkzaam. Aanvankelijk wekelijks en later maandelijks belde hij bij de huurders aan om de huur te innen. Gaandeweg maakten steeds meer huurders de huur zelf over of gaven de bank de opdracht tot periodieke betaling van de huur. Later werd de automatisch incasso ingevoerd. Deze ontwikkeling had naast de positieve kanten ook zo zij keerzijde. De huurachterstanden liepen op. De huurincasseerder voorkwam door regelmatig contact met de huurders dat er een huurachterstand kon ontstaan. Deze ‘sociale controle’ verdween samen met de huurincasseerder.

Een mijlpaal…de 2500ste woning wordt verhuurd

2500ste woning aan de Momtgomerylaan 226 in de slingers
De heer en mevrouw Tetteroo gaan de 2500ste woning bewonen
Oud voorzitter Olsthoorn reikt de sleutel uit

Aan de familie R.G.M. Tetteroo reikt oud-voorzitter Olsthoorn op 2 mei 1974 de 2500ste sleutel uit van de maisonnettewoning Montgomerylaan 226. In het restaurant van de sporthal Buitenhof wordt dit feit herdacht en schenkt het bestuur van de bouwvereniging de familie Tetteroo een grill/bakoven.


Te lage aanvangshuren en bouwstop
Door een aantal oorzaken, zoals bijvoorbeeld een te late start van de bouw, het tweede - order effect, meerprijs, risicoverrekening materialen en lonen en negatieve effecten in de premietabel zijn de definitieve huurprijzen van de complexen Artemisstraat en Aart van der Leeuwlaan veel hoger dan de aan de huurders in rekening gebrachte voorlopige huurprijzen. Voor een groot aantal woningen moet de maandelijkse huurprijs met wel 135 gulden worden verhoogd. Dit is niet uit te leggen aan de bewoners en zij komen in het geweer. Omdat veel bewoners lid zijn van de bouwvereniging hebben zij in de ledenvergadering een belangrijke stem. Het bestuur wordt naar huis gestuurd en daarmee is de toekomst van de bouwverening onzeker. Omdat ook de financiële verantwoording aan het Rijk over de laatste jaren niet op orde was, wordt de bouwvereniging in 1976 door het Rijk uitgesloten van nieuwbouw. Dit bouwverbod wordt overigens in 1979 weer opgeheven. In die periode worden de 107 woningen (Complex 18) die Hippolytus in Tanthof Oost zou bouwen door een collega corporatie gerealiseerd. Later is dit complex woningen weer overgedragen aan St. Hippolytus.

Bestuurlijke- en uitvoerende herstructurering
Het NCIV wordt ingeschakeld om de St. Hippolytus organisatie zowel bestuurlijk als uitvoerend weer op orde te brengen. Hiertoe worden een drietal discussienota geproduceerd. Er wordt een hoofd technische zaken (H.A.M. van Leeuwen) en een hoofd algemene zaken (J.C.M. Holierhoek) aangesteld. Met de benoeming van drs. J. de Boer als eerste directeur van St. Hippolytus per 1 december 1979 en een hoofd comptabele zaken (D.J. Kok) is de herstructurering van het werkapparaat voltooid.

Bewonersadviesraad wordt ledenraad
De statutenwijziging in mei 1979 maakt meer democratie binnen de vereniging mogelijk. De bewonersadviesraad wordt ledenraad i.o. en versterkt hiermee de verenigingsstructuur. De ledenraad bestaat uit vertegenwoordigers uit zoveel mogelijk wooncomplexen en twee leden niet-bewoners.


Samenwerking Delftse woningbouwverenigingen
De ontwikkeling van de uitbreidingsgebieden Tanthof Oost en Tanthof West is de directe aanleiding voor de zeven woningbouwverenigingen om meer te gaan samenwerken. Deze samenwerking krijgt gestalte in de oprichting van het Centraal Overlegorgaan Woningcorporaties (COW). In de zomer van 1980 komt een samenwerkingsmodel tot stand tussen de gemeente Delft en het COW. Doel is intensievere samenwerking op diverse terreinen van de volkshuisvesting, als gelijke partners, met inachtneming van hun eigen verantwoordelijkheden en de in de wet verankerde taakstelling.

Berg opwaarts
Na het diepe dal dat de Hippolytus organisatie door moest, ging het eind jaren zeventig gelukkig weer bergopwaarts. In 1981 werd er weer zelfstandig gebouwd.

Boek van Krot tot Woongenot
Jacques Zuiderwijk schrijver van het Boek Van Krot tot Woongenot


Jacques Zuiderwijk schrijft in zijn kroniek “Van krot tot woongenot” in 1985: “Er is niet één periode in de geschiedenis van St. Hippolytus geweest, waarin zoveel woningen zijn gebouwd, zoveel bestuurlijk gestructureerd, zoveel aan de werkorganisatie is gereorganiseerd en zo’n goede basis is gelegd voor de toekomst. Toch zal het beter zijn, als er in korte tijd niet zoveel voorzitters meer komen , al zijn de uitkomsten verbazingwekkend. Het is echter niet zo verwonderlijk als het lijkt, want onder alle omstandigheden is het professionele werkapparaat onverdroten doorgegaan welk bestuur dan ook zo goed als mogelijk te ondersteunen.

1980 - 1987. De zeven jaren van voorzitter Verbarendse


Directeurswisseling
Al na elf maanden vertrekt directeur De Boer. Hij wordt voorzitter van de huurcommissie in Rotterdam/Dordrecht. Het bestuur benoemt het hoofd algemene zaken, de heer J.C.M. Holierhoek per 1 november 1980 tot zijn opvolger. Kort na zijn benoeming treedt de nieuwe directeur naar buiten bij de officiële sleuteluitreiking van het eerste bouwproject (deelplan 633) in Tanthof-West. De volgende twaalf jaren zal hij dit nog vele malen doen omdat er heel wat eerste palen, hoogste punten, eerste sleuteluitreikingen en andere feestelijke gebeurtenissen zullen volgen.


Uitbreiding huisvesting werkorganisatie

kantoor Industriestraat 8

Het gebouw in de Van Saenredamstraat is voor de huisvesting van alle medewerkers veel te klein geworden. In december 1980 wordt het kantoorpand aan de Industriestraat 8 betrokken door de afdelingen directie, bewonerszaken en comptabele zaken. De technische dienst blijft gehuisvest in het gebouw Van Saenredamstraat.'




Bewonersparticipatie

Johan de Greef.jpg

Het beleid van de bouwvereniging is steeds meer gericht op het betrekken van bewoners bij vele onderwerpen van beleid. Om die reden wordt voor de uitvoering hiervan een nieuwe functie in het leven geroepen namelijk die van hoofd Algemene- en Bewonerszaken. Johan de Greef wordt hiervoor aangetrokken.


Volop bouwactiviteiten

Tegel ingemetseld bij de woning Van der Madestraat 1

1978/1980: De vooroorlogse woningen van complex 1 in het Heilige Land worden gerenoveerd.
Een heraut te paard deelt de bewoners mee dat het ministerie toestemming heeft verleend voor deze renovatie. Het project wordt afgesloten met het inmetselen van een gedenksteen bij de woning Van der Madestraat 1.



1981: Bouw 124 woningen Gashouderpad/Nieuwe Laan
Wethouder Reijnen heeft een boom geplant op het binnenterrein
De Minister feestelijk op weg naar de Nieuwe Laan










De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Jhr. Drs. J.A.C. Beelaerts van Blokland slaat op 29 april 1981 de eerste paal voor 124 gestapelde woningen op het terrein van de voormalige gasfabriek aan het Gashouderpad en de Nieuwe Laan. Een jaar later wordt dit complex feestelijk opgeleverd en plant Wethouder Reijnen een boom op het binnenterrein van dit wooncomplex.


1981: Bouw deelplan 614 in Tanthof-West

Tanthof 641.JPG

Op 27 november 1981 slaat Wethouder Reijnen de eerste paal van het complex 614 in Tanthof Oost. Dit bouwplan bestaat uit 222 woningwetwoningen, 80 Van Dameenheden en 80 premie A koopwoningen. Tegelijkertijd worden in Tanthof West woningen gebouwd in de categorie Kleine Initiatieven.



1982/1987: Rehabilitatie van de Gilliswijk met de beproefde stadsvernieuwingsaanpak

Artikel in het blad Volkshuisvesting van het NCIV

In de periode 1969/1972 worden in de wijk Buitenhof 523 galerijflats gebouwd door de bouwvereniging St. Hippolytus. Veel 5 kamerwoningen en wat minder 4 kamerwoningen. Deze relatief grote woningen worden verhuurd aan grote jonge gezinnen. De buurt herbergt op die manier veel jonge kinderen die zich na tien jaar manifesteren in deze wijk. Die kinderen zijn dan inmiddels in de leeftijd van 10 tot 15 jaar en vervelen zich in deze nieuwbouwwijk. In die afgelopen 10 jaar is het vandalisme uitgegroeid tot een ware plaag voor de wijk. In de 7 woonblokken hebben de centrale hallen en de bergingsgangen het zwaar te verduren.
Bewonersprotest
Bewoners durven niet meer naar hun berging en daardoor ontstaat er heel onvrede in deze wijk. De bewonerscommissie vertolkt het gevoel van de bewoners door protestacties. Naar aanleiding van een krantenartikel waarin onder andere de commissaris van politie en directeur Holierhoek van de bouwvereniging aan het woord komen blijkt dat noch de politie, noch de bouwverenging in staat zijn op eigen kracht iets aan deze problemen te doen.
Plannen smeden onder het motto: Samen moet het lukken!
Op initiatief van de directeur van Hippolytus wordt op 24 november 1981 een breed overleg met alle in de wijk betrokken instellingen en personen georganiseerd. Een vervolg overleg op 13 januari 1982 wordt een adviesgroep in het leven geroepen die voorstellen voor verbetering van de wijk gaan doen. Ook de gemeente Delft (afdeling Openbare Werken) is hier nauw bij betrokken. Het is de bedoeling snel tot daden te komen. De voorzitter van de bewonerscommissie, de heer Badoux, schildert met bekwame hand een kelderdeur in een frisse kleur, dit als officiële start van de rehabilitatiewerkzaamheden die de komende drie jaar zullen worden uitgevoerd. De leerlingen van de Van Everdinghenschool in de wijk dragen hun steentje bij door het vele groen in de wijk “schoon te prikken”. Het hoofd van de school is bijzonder betrokken bij dit project. Dit geldt ook voor de directie van de in deze wijk gevestigde Profimarkt, want winkelwagentjes ontsieren de wijk. Aan de buitenlandse bewoners wordt in hun eigen taal voorlichting gegeven over de op handen zijnde ontwikkelingen. Ook wordt er een proef gehouden met open vuilcontaineropstellingen. De in de flats gebouwde stortkokers voldoen namelijk op geen enkele manier.
Grenzen van stadsvernieuwing verleggen
In het kader van 10 jaar vooroorlogse stadsvernieuwing in Delft maakt de gemeente in samenwerking met St. Hippolytus een videofilm over de planaanpak en uitvoering van de rehabilitatiewerkzaamheden in de Gilliswijk. De opzet van deze operatie heeft veel aanknopingspunten met het beproefde stadsvernieuwingsproces. De bouwvereniging gaat samen met een groot aantal actieve bewoners aan de slag met “buurtbeheer”. Bewoners krijgen een grote vinger in de pap als het gaat om buurtvoorzieningen en wijzigingen aan de gebouwde omgeving en infrastructuur. Daarom zou het Rijk ook naoorlogse stadsvernieuwingsprocessen moeten gaan faciliteren en financieren.
Ingrijpende veranderingen
De wijk gaat volledig “op de schop”. Naast ingrijpende verbeteringen aan de zeven woongebouwen wordt ook de gehele infrastructuur van de wijk aangepakt. Flathallen worden opnieuw ingericht en opgeknapt. De Keldergangen worden ingekort en de keldertoegangsdeuren voorzien van anti-inbraak voorzieningen. Ook gaan ze op slot. Om de populatie van de wijk te beïnvloeden worden een groot aantal 5 kamerwoningen gesplitst in twee- en driekamerwoningen. Vanuit de woningtoewijzingregels was het niet mogelijk grote woningen aan kleine gezinnen toe te wijzen. Elk woongebouw krijgt een fulltime huismeester, die naast schoonmaakwerk ook toezicht houdt op orde en netheid. Hiertoe worden spreekuren gehouden.


Videofilm “De Gilliswijk, een voorbeeld”
Directeur Holierhoek wordt geinterviewd door Marjolijn Uitzinger in de Gilliswijk
John van den Kerkhof van de gemeente Delft produceert samen met Jack Gadella (regisseur) en Marjolijn Uitzinger (interviews en ingesproken tekst), beiden bekend van televisie, de videofilm van de rehabilitatie van de Gilliswijk. Deze film krijgt zijn première tijdens een landelijke studiedag over problemen in buurten zoals de Gilliswijk, de wijk De Meenthe in Leeuwarden en de Bijlmermeer in Amsterdam.
Directeur Holierhoek vertelt de deelnemers aan een congres over wijkproblemen over het rehabilitatieproces in de Gilliswijk in het Congresgebouw in Den Haag
Deze nieuwe aanpak krijgt daardoor landelijke bekendheid en navolging.
Officiële oplevering
Burgemeester Huib van Walsum onthult kunstwerk ter afsluiting van de rehabilitatiewerkzaamheden

In het najaar van 1989 zijn alle projecten in de Gilliswijk afgerond en onthult Burgemeester Huib van Walsum aan het begin van de wijk een kunstobject dat de eindfase van het rehabilitatieproces symboliseert.





1982: Groot onderhoud complexen 4 en 5 respectievelijk Meijerstraat e.o. en Van der Lelystraat e.o.

Complex 4
Complex 5
Complex 7 Staalmeesterstraat

In deze complexen was sprake van achterstallig onderhoud. Het groot onderhoudsplan voorzag in verbetering en modernisering. De werkzaamheden werden uitbesteed aan Panagro uit Warmond, welk aannemingsbedrijf een grote ervaring had in het werken in bewoonde woningen. Na afronding van het werk waren de bewoners dan ook zeer tevreden over het bereikte resultaat.


1983: Groot onderhoud complex 7 (Krakeelpolderweg e.o.)

Ook in dit complex was er sprake van achterstallig onderhoud en bovendien was er betonrot geconstateerd. Het groot onderhoudswerk gaf op zich al heel wat overlast aan de bewoners, maar de betonreparatie veroorzaakte heel wat geluidsoverlast. In overleg met de bewonerscommissie werd in een leegstaande woning een soort “vluchtwoning” ingericht. Een plaats waar bewoners even het oorverdovende geluid van de betonreparatie konden ontvluchten. Ook hier werd het werk uitgevoerd door Panagro uit Warmond.





1983: Latex/cementmortel voorkomt sloop van de 65 woning van complex 2 (Dr. Schaepmanstraat e.o.)

Al in 1980 wordt er met de bewoners onderhandeld over een groot onderhoudsplan. De meerderheid van de bewoners zit hier niet op te wachten omdat zij zelf al veel aan de woningen hebben verbeterd. Als in 1982 blijkt dat de gevels van een groot aantal woningen gaan “uitbuiken” waardoor er gevaar voor instorting bestaat wordt er opnieuw bekeken wat er met de woningen moet gaan gebeuren. Uit voorzorg worden de gevels gestempeld. Ook slopen blijkt dan een reële oplossing. Een alternatief is het opnieuw opmetselen van alle buitengevels. Dit is een relatief dure oplossing. De broer van directeur Holierhoek is werkzaam bij IBBC TNO in Rijswijk. Hij komt met het plan om de spouwmuren te vullen met latex/cementmortel en daarna de gevels aan de buitenzijde te isoleren. Een dergelijke oplossing is nog niet eerder in Nederland bedacht en ook het Ministerie heeft er veel belangstelling en uiteindelijk ook geld voor over om dit werk als proefproject uit te voeren. Panagro uit Warmond is de aannemer en ziet deze klus ook als een ultieme uitdaging. De latex/cementmortel moet handmatig in de spouw gegoten worden, een arbeidsintensief werk. Nu men toch aan het werk is worden er met de bewoners plannen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud en woningverbetering overeengekomen. Na het gereedkomen zien de woningen er volstrekt anders uit. De geveldetails zijn onzichtbaar geworden door de wit/grijze buitengevelisolatie met blauwe voordeuren en dakgoten.



1984: Stadsvernieuwing Westerkwartier

Gerenoveerde woning

De gemeente betrekt de corporaties bij de stadsvernieuwing. De Algemene Woningbouwvereniging Volkshuisvesting gaat aan het werk in de Olofsbuurt en de Bouwvereniging St. Hippolytus in het Westerkwartier. De buurt heeft al 10 jaar met de gemeente onderhandeld over slopen, renoveren en nieuw bouwen. Uiteindelijk is er overeenstemming over het plan van aanpak. De buurt kiest voor de nieuwbouw architect H.J. Snijder uit Amsterdam. Voor de renovatie van particulier bezit en het door St. Hippolytus van de gemeente gekocht woningbezit de Delftse architect Drayer van het Bureau Drayer en Engelkens. De nieuwbouw wordt uitgevoerd door het Beverwijkse aannemingsbedrijf SBB. De renovatie wordt opgedragen aan aannemer Bontenbal uit Reeuwijk.

Nieuwbouw Westerkwartier
In het Westerkwartier worden woningen en het Caminada gebouw (voormalig patronaatsgebouw van de Parochie van de H.H. Nicolaas en Gezellen) gesloopt en daarvoor in de plaats komen 106 nieuwbouwwoningen verspreid over de wijk. (Pootstraat, Carthuyserstraat, Raamstraat en Auroraplein). Hippolytus koopt uiteindelijk na veel overleg 56 bestaande woningen van de gemeente en deze worden gerenoveerd.
Gedenktegel ter gelegenheid van de renovatie van 56 woningen in het Westerkwartier

In het kader van de stadsvernieuwingsactiviteiten verwerft Hippolytus ook het pand Buitenwatersloot 153/153A en deze wordt omgebouwd tot een riante behuizing van een woongroep van vijf personen. Architect is H.J. Snijder uit Amsterdam en de aannemer Panagro uit Warmond. In 1987 wordt het stadsvernieuwingsproject afgerond met de oplevering van de nieuwbouw op het Caminadaterrein.


1984/1985: Aankoop en verbouw IZA-pand tot 16 HAT-eenheden (alleenstaanden en twee personen) en een woongroepswoning.

IZA pand
Het monumentale herenhuis Nieuwe Plantage 29 voorheen in gebruik als KNG&SF kantoor en later in eigendom overgedragen aan het I.Z.A. (Instituut Ziektekostenvoorziening Ambtenaren Zuid-Holland) die dit pand eveneens als kantoor in gebruik nam is door St. Hippolytus aangekocht en verbouwd. Op bijgaande foto neemt directeur Holierhoek een ingelijste foto in ontvangst geschonken door Instituut IZA.
IZA directie schenkt directeur Holierhoek een foto van het IZA pand
De woongroep krijgt van de bouwvereniging een was/droogcombinatie voor algemeen gebruik door de bewoners van dit gebouw.



1985: Bouw 26 woningen aan de Molslaan/Beestenmarkt

Woningen Molslaan met doorsteek naar de Beestenmarkt

Omdat de gemeente Delft geen overeenstemming kon bereiken met een Delftse bouwontwikkelaar heeft de bouwvereniging St. Hippolytus de ontwikkeling en de bouw op zich genomen. Dat was best wel een enorme uitdaging. Samen met architect Piet de Raad van Architectenbureau De Raad en aannemer Smits Bouw Bedrijf (SBB) uit Beverwijk is dit moeilijke binnenstadsproject tot stand gekomen. Veel hulp is hierbij verkregen van de ambtenaren van bouw- en woningtoezicht en van de gemeentepolitie Delft. Elk kwartier moesten drie stadbussen “dwars door het bouwproject” hetgeen nog al eens problemen opleverden.
De wethouders Mandos en Kromhout planten een boom op het binnenterrein van dit complex woningen
Niet zelden gingen betrokkenen door het lint. Bij het gereedkomen van het project zijn alle betrokkenen, gezeten in een stadsbus, nog “één keer door het lint gegaan!” Dit lint was over de weg gespannen in de doorgang van de Molslaan naar de Beestenmarkt. De wethouders Kromhout en Mandos plantten daarna ieder een boom in de twee binnentuinen.






1985: Aankoop, verbouw en ingebruikname verenigingsgebouw Kluizenaarsbocht 6 Delft

Mr. Andriessen opent verenigingsgebouw met een forse klap op de kop van jut
Begin 1984 wordt het leegstaande bedrijfspand aan de Kluizenaarsbocht nummer 6 aangekocht. Dit gebouw is ruim van opzet en heeft een begane grond, een eerste en tweede verdieping. Het Delftse aannemersbedrijf Van Oosten en de Vette wordt de verbouw gegund. Op de begane grond komt de entree, spreekkamers en de kantine. De overige ruimten worden in gebruik genomen door de technische dienst. Ook wordt een eigen werkplaats en magazijn in gebruik genomen. De eerste verdieping is bestemd voor de directie, secretariaat, projecten en financiële administratie. De tweede verdieping wordt ingericht als ruimte voor grote bijeenkomsten, zoals jaarvergaderingen en plenaire bewonersvergaderingen. Wel wordt er uitgekeken naar mogelijkheden om in ieder geval een deel van deze ruimte te gaan verhuren, hetgeen in een later stadium ook lukt.

Op vrijdag 31 mei 1985 wordt het verenigingsgebouw officieel in gebruik genomen. Mr. F.H.J.J. Andriessen, vice-voorzitter Commissie van de Europese Gemeenschappen en oud directeur van het KIV (Katholiek Instituut Volkshuisvesting) verricht de officiële handeling. Met een forse klap op een kop van jut onthult hij het kunstwerk dat aan gevel is aangebracht en zich doorzet naar de ontvangsthal. Het kunstwerk is vervaardigd door de Delftse kunstenares Simone Haak. Een dag later staat het verenigingsgebouw open voor leden, bewoners en andere belangstellenden.


1985: Viering 75 jarig bestaan van de Bouwvereniging St. Hippolytus.

Veel oud-leden en bewoners wonen de H.H. Eucharistieviering bij ter gelegenheid van het 75 jarig bestaan van de Bouwvereniging St. Hippolytus
Tegelijk met de ingebruikname van het verenigingsgebouw wordt het 75 jarig bestaan van de vereniging gevierd. Met een plechtige eucharistieviering in de Adelbert kerk wordt het jubileumjaar geopend. Pater Ronteltap en pater Van der Ploeg, beiden geboren in de eerste complexen van St. Hippolytus dragen de H.H. Mis op geassisteerd door Pater Van Gorp van de Adelbert Kerk. Met touringcars zijn bewoners van de verzorgingstehuizen Stefanna en Monica naar de Adelbert Kerk vervoerd. Velen van hen hebben in woningen van St. Hippolytus gewoond. Volledigheidshalve moet toch worden vermeld dat het besluit om een eucharistieviering te organiseren niet onomstreden was. Achteraf constateerde voorzitter Verbarendse met zichtbare voldoening dat dit besluit een bijzonder goed besluit bleek te zijn gelet op de bijzonder grote belangstelling en het enthousiasme waarmee op dit initiatief werd gereageerd.

1987. Een nieuw tijdperk is al begonnen...

In de zomer van 1987 legt voorzitter W. Verbarendse de voorzittershamer neer en neemt afscheid van St. Hippolytus. Tijdens zijn afscheidsreceptie, die door velen wordt bezocht, ontvangt hij van wethouder Mandos de gemeentepenning van de stad Delft voor zijn diensten aan de Delftse volkshuisvesting.

Op 1 juli 1987 wordt hij opgevolgd door mr. M.P.W.C. van Veen, die deze functie ad interim vervult totdat in december van datzelfde jaar de heer J. Hartogsveld tot voorzitter wordt gekozen.

Voor Hippolytus geldt dat in 1987 al een nieuw tijdperk is begonnen. In de volkshuisvesting wordt al enige tijd gesproken over “de jaren negentig” die een overgangsperiode zou moeten zijn in volkshuisvestingsland. Staatsecretaris Heerma heeft immers de corporaties financieel zelfstandig gemaakt, waardoor de centrale overheid op de achtergrond is gekomen. Corporaties gaan om die reden meer samenwerken met de gemeenten. Deze ontwikkeling leidt tot een samenwerkingsstatuut tussen de Delftse corporaties en de gemeente Delft. Ook worden leden en bewoners van de bouwverenigjng nauwer betrokken bij het bouwen en beheren van woningen en woonomgeving. Het begrip bewonersparticipatie krijgt in de komende jaren meer inhoud.

Een andere ontwikkeling is de vorming van het Stadsgewest Haaglanden. De in dit gewest werkzame corporaties krijgen daardoor meer met elkaar te maken. Corporaties kunnen nu niet alleen in de eigen gemeente werken maar ook in de gemeenten die behoren bij het stadsgewest. In het stadsgewest is de gemeente Den Haag dominant omdat het merendeel van de daar werkzame corporaties qua aantal woningen groot zijn. De macht van het getal gaat een rol spelen, hetgeen in Delft leidt tot pogingen om de Delftse krachten te bundelen. Het woord fusie waart door Delft.


1988/1990: Ontwikkeling Oud- en Nieuwe Gasthuis terrein

Staatssecretaris Heerma (tweede van links) in gesprek met het bouwteam
Samen met Ontwikkelingsmaatschappij “Van der Looij/Trebbe” realiseert de Bouwvereniging St. Hippolytus op het voormalige ziekenhuisterrein alle sociale huurwoningen. De ontwikkelingsmaatschappij neemt de bouw en verkoop van de koopwoningen voor zijn rekening.
De Staatssecretaris op weg naar de officiele handeling, het metselen van een gedenksteen

Op 25 november 1987 plaatst staatssecretaris Eneus Heerma de eerste officiële steen voor dit project. Op 18 mei 1989 wordt deze steen officieel onthuld waarmee de nieuwe woonwijk Westlandhof officieel in gebruik wordt genomen. De woonblokken C (40 woningen), F’ (70 woningen) en woonblok D het voormalige beddenhuis (74 woningen) zijn weliswaar eigendom van St. Hippolytus maar worden en bloc verhuurd aan de Delftse Katholieke Stichting voor Bejaardenzorg (DKSB) en worden ondergebracht in de Stichting Sorghensteyn. Deze woningen zijn bedoeld voor woningzoekenden van 55 jaar en ouder. De bouwvereniging zelf verhuurt woonblok F” (45 woningen) en nog 31 eengezinswoningen. Het voormalige zusterflat eveneens eigendom van de bouwvereniging (122 kamers) wordt verhuurd aan de Technische Universiteit Delft (TUD) voor de huisvesting van buitenlandse studenten.


1989. Groot onderhoud Voorhof II Oost

Betje Wolfflaan e.o.
De 82 eengezinswoningen van complex 10, Betje Wolfflaan e.o. maken deel uit van 254 woningen eigendom van de Stichting Patrimonium en Centraal Woningbeheer en St. Hippolytus. Voor het totaal van deze woningen is in gezamenlijk overleg een groot onderhoudsplan ontwikkeld dat na een betrekkelijke lange periode van voorbereiding nu in uitvoering is genomen. De woningen van Hippolytus krijgen naast het opheffen van achterstallig onderhoud buitengevelisolatie. Door gewijzigde regelgeving wordt ruim één miljoen gulden subsidie misgelopen. In overleg met de bewoners wordt toch tot een acceptabel verbeterpakket gekomen.


1989. Facelift voor complex 16.
Voor het oplossen van technische gebreken en verbetering van de verhuurbaarheid in de toekomst ondergaan de 307 woningen Foulkes-, Montgomery- en Zjoekowlaan een aantal belangrijke ingrepen. Zo worden koudebruggen opgeheven, bestaande draai/kiepramen vervangen, de privacyschermen op de balkons vervangen, de begane grond entrees verfraaid en doelmatiger ingericht, de verlichting van de begane grond entrees verbeterd, keukenblokken incidenteel vervangen en schilderwerken uitgevoerd.


1989. Westlandhof officieel in gebruik genomen.
Op donderdag 18 mei 1989 is door het onthullen van de eerste officiële steen, welke op 25 november 1987 door staatssecretaris Drs. E. Heerma werd gelegd, de woonwijk Westlandhof officieel in gebruik genomen. Hippolytus voorzitter Ir. J. Hartogsveld trok in eendrachtige samenwerking met de voorzitter van de DKSB en de Stichting Sorghesteyn, mr. J. Smeets het gordijntje voor de steen weg, waarna zich tussen beide heren een dialoog ontwikkelde die neerkwam op een wederzijdse bevestiging van het begin van een nieuwe samenwerking in deze nieuwbouwwijk. De woonblokken C (40 woningen), F’ (70 woningen) en woonblok D het voormalige beddenhuis (74 woningen) zijn weliswaar eigendom van St. Hippolytus maar worden en bloc verhuurd aan de Delftse Katholieke Stichting voor Bejaardenzorg (DKSB) en worden ondergebracht in de Stichting Sorghensteyn. Deze woningen zijn bedoeld voor woningzoekenden van 55 jaar en ouder. De bouwvereniging zelf verhuurt woonblok F” (45 woningen) en nog 31 eengezinswoningen. Het voormalige zusterflat eveneens eigendom van de bouwvereniging (122 kamers) wordt verhuurd aan de Technische Universiteit Delft (TUD) voor de huisvesting van buitenlandse studenten.


1989. Eerste paal voor deelplan 631 in Tanthof West
Op 17 november 1989 slaat wethouder Mandos in samenwerking met ex - Hippolytus bestuurder J. van der Wal de eerste paal in de grond. Dit complex woningen bestaat voor een groot deel uit koopwoningen. De huurwoningen worden in 1992 opgeleverd en verhuurd. In dit complex zijn naast huureengezinswoningen ook twee woongebouwen gepland, waarin totaal 77 luxere portiekappartementen worden gerealiseerd. De bouwvereniging probeert huurders van (grote) eengezinswoningen hiervoor te interesseren, waardoor er meer doorstroming op de woningmarkt kan worden bereikt.


1990. Bouwvereniging St. Hippolytus gedenkt zijn 80 jarig bestaan onder het motto “80 jaar werken aan wonen”
De redactie van het bulletin voor leden en bewoners “Zo Af en Toe” gaat in dit jubileumjaar opzoek naar de bewoners of bewoonster die ononderbroken het langst in een huis van St. Hippolytus woont. Deze wordt verrast met een heerlijke taart of mooie fruitmand. Er kwamen vier inzendingen binnen en het bleek niet moeilijk de winnaar te vinden. Mevrouw Cor van Veen uit de Van der Madestraat heeft daar méér dan 77 jaar achtereen gewoond. Op de dag van het zestiende lustrum trokken twee redacteuren aan de bel van de woning Van der Madestraat 32 met een fraai boeket bloemen en een grote slagroomtaart met daarop gespoten “80 jaar werken aan wonen”. Er hadden zich nog drie “langwoners” gemeld. Zij kregen een bos bloemen als troostprijs.


1991. Pensioenfonds van Gist-Brocades geeft St. Hippolytus 464 woningen in beheer.

woningen in het Agnetapark
Met ingang van 1 januari 1991 gaat St. Hippolytus 464 woningen, eigendom van het pensioenfonds van Gist-Brocades, beheren. Het bestuur van het pensioenfonds heeft na een zorgvuldige selectieprocedure gekozen voor het uitbesteden van de beheerstaken aan St. Hippolytus. Deze woningen liggen in het Agnetapark, het zogenaamde Nieuwe Park (rondom de vijver) de Parkwinkel en de woningen rondom de Storklaan en de W.H. van Leeuwenlaan. Het zijn fabriekswoningen die gebouwd zijn voor werknemers van de voormalige Gist en Spiritusfabriek, thans Gist-Brocades. Het oude Agnetapark geniet landelijke bekendheid vanwege haar historische achtergrond. De werkorganisatie is bijzonder ingenomen met deze ontwikkeling omdat daardoor enerzijds een aantrekkelijk woningbestand wordt toegevoegd aan haar zorg, terwijl anderzijds een steviger basis wordt gelegd voor een efficiëntere en doelmatiger bedrijfsvoering.


1991. Groot onderhoudswerkzaamheden aan de 72 bejaardenwoningen Aruba-Bonairestraat en de 204 galerijflats aan de Vulcanus-Herculesweg.
In februari 1991 zijn in de beide complexen werkzaamheden gestart om de technische staat van de woningen en woongebouwen te verbeteren. De plannen zijn in nauw overleg met de bewonerscommissies ontwikkeld en begeleid door Bouwadviesbureau Alphaplan B.V. uit Alphen a/d Rijn. Het werk wordt uitgevoerd door Bouwmaatschappij Gouda B.V. uit Gouda.


1992. Grootonderhoud 264 galerijflats Dirk Costerplein.

6122599-1.jpg
In dit kolossale woongebouw (14 hoog) zijn 3- en 4 kamerwoningen ondergebracht. In goed overleg met de actieve bewonerscommissie van dit woongebouw is een sober maar doelmatig plan tot stand gekomen.




1992. Grootonderhoud 63 woningen Storklaan/Libourellaan en 48 woningen W.H. van Leeuwenlaan.
De van het pensioenfonds van Gist-Brocades in beheer gekregen woningen aan de Storklaan en Libourellaan worden in nauw overleg met bewoners en pensioenfonds opgeknapt. Per woning wordt er ruim vijfenvijftigduizend gulden uitgegeven. De 48 woningen van de W.H. van Leeuwenlaan worden later opgeknapt. Er moet stevig worden overlegd met de bewoners over een isolatiepakket. In een later stadium worden ook deze woningen aangepakt.


1993. Grootonderhoud 124 eengezinswoningen Eisenhower/Rooseveltlaan
In ruim vijf maanden tijd heeft Isolex B.V. de vaak ingrijpende werkzaamheden aan de woningen uitgevoerd. De kozijnen van de voor- en achtergevel werden volledig vervangen, de afwatering van de aanbouw verbeterd en de dakbedekking vernieuwd. Ook werden er nieuwe dakkapellen geplaatst en werd de riolering en waterafvoer verbeterd.

1993. Voorgenomen fusie met Centraal Woningbeheer afgeblazen.


Met het oog op de toekomst

Fusiegesprek managementteams van St. Hippolytus en Centraal Woningbeheer in Kasteel Oestgeest
De besluitvorming binnen de regionale samenwerking Stadsgewest Haaglanden wordt veelal beïnvloed door de inbreng van grote corporaties met een bezit van meer dan tienduizend woningen. Deze corporaties zetelen in de grote steden zoals bijvoorbeeld Den Haag. Om een speler van belang binnen deze regio te blijven is schaalvergroting een vereiste. Hippolytus directeur Jan Holierhoek vat samen met zijn collega directeur van de Stichting Centraal Woningbeheer in Delft, Jan van der Werf, het plan op om samenwerking tussen beide corporaties te onderzoeken, met fusie als mogelijk eindresultaat. Dit plan vindt weerklank bij beide besturen. Onder leiding van oud Hippolytus voorzitter Verbarendse gaat een werkgroep, samengesteld uit vertegenwoordigers van beide corporaties en de consulenten van de Koepelorganisaties NWR en NCIV deze mogelijkheden en de haalbaarheid er van onderzoeken.


Fusie blijkt wenselijk/noodzakelijk

In de loop van 1992 blijkt uit het eindverslag van deze werkgroep dat een fusie tussen beide corporaties meerwaarde oplevert voor alle hierbij betrokken partijen. Centraal Woningbeheer is een stichting en heeft dus geen leden. St. Hippolytus is al 75 jaar een vereniging en heeft te maken met leden en een ledenraad die zeer betrokken zijn bij het reilen en zeilen van de corporatie. Het bestuur van Centraal Woningbeheer kan dus als stichting snel tot besluitvorming komen, terwijl het hippolytusbestuur haar leden moeten overtuigen van de wenselijkheid/noodzaak om tot fusie met Centraal Woningbeheer te komen. Geen eenvoudige opgave voor het hippolytusbestuur.


Bestuur wordt teruggefloten

Eind 1992 laat de raad van commissarissen van St. Hippolytus weten, dat zij te laat en te weinig bij het fusieproces betrokken zijn. Ook het managementteam van St. Hippolytus keert zich samen met de raad van commissarissen, de ondernemingsraad en de ledenraad tegen de fusieplannen. Toch blijft het bestuur van St. Hippolytus vast besloten de fusieplannen verder uit te werken. Dit resulteert begin 1993 in de schorsing van het bestuur door de raad van commissarissen. In een bij de rechter aangespannen kort geding wordt de schorsing opgeheven.


Onwerkbare situatie

Het kwaad is dan echter al geschied. Er blijft een onwerkbare situatie tussen enerzijds het bestuur en de directeur van St. Hippolytus en anderzijds de raad van commissarissen, de ledenraad, de ondernemingsraad en het managementteam. Dit leidt tot een nieuwe schorsing van het bestuur. Het bestuur besluit dan unaniem tot aftreden en beëindigt de fusiebesprekingen met Centraal Woningbeheer. Ook heeft het managementteam het vertrouwen in de directeur inmiddels opgezegd. Zijn arbeidsovereenkomst wordt op 1 maart 1994 door de kantonrechter ontbonden.


Directeur a.i. en bestuur a.i. behartigen Hippolytus belangen

In oktober 1993 werd een interim directeur aangesteld en een bestuur a.i. gevormd. In 1994 neemt de ledenvergadering het besluit om een directeur met bestuursbevoegdheden aan te stellen en het toezicht neer te leggen bij een professionele raad van toezicht. De taken van de ledenvergadering beperken zich tot het goedkeuren van de statuten en jaarstukken. De ledenraad wordt omgezet in de SWH, die belangen van de klanten extern behartigt.


Woondienstenmodel

Op 1 februari 1995 treedt de nieuwe directeur bestuurder, Johan Over de Vest in dienst. De organisatie werkt volgens het woondienstenmodel. Dit wil zeggen dat de klantcontacten zijn ondergebracht bij de “front office”, de spil van de organisatie. Ondersteuning wordt verleend vanuit de “back office” bestaande uit de afdeling “ondersteunende diensten” (beheer, administratie, onderhoud en informatievoorziening) en de afdeling “strategie en ontwikkeling” (Beleid, public relations en facilitaire diensten). Aan het begin van het jaar 2000 bedraagt het aantal verhuureenheden bij Hippolytus (Sint is eraf sinds de laatste statutenwijziging) ruim 4500, waarvan 4100 in eigendom en circa 400 in beheer voor derden.


Hippolytus fuseert alsnog.

Wat begin jaren negentig niet haalbaar bleek, is een kleine tien jaar later wel mogelijk. In 2000 wordt het voorgenomen besluit to fusie met de ASW Volkshuisvesting en Onze Woning genomen. Na 90 jaar houdt (St.) Hippolytus op te bestaan en zal zich verder ontwikkelen binnen de nieuwe de nieuwe corporatie “Delft Wonen” om na enkele jaren later op te gaan in de Rotterdamse corporatie “Woonbron”.

Directeur Over de Vest schrijft in het boekje “Van Corporatie naar Coöperatie” op de laatste bladzijde:

“Hippolytus is dank verschuldigd aan een ieder die vanuit het verleden een bijdrage heeft geleverd aan wat de corporatie nu is. Uit dit boekje (Van Corporatie naar Coöperatie) leren we dat zeer velen zich, ieder op hun eigen wijze, hebben ingezet voor Hippolytus. Vanuit een groot sociaal gevoel en een sterke betrokkenheid is gebouwd aan het bouwwerk dat Hippolytus heet. Dit boekje is mede tot stand gekomen om dat gedachtegoed te behouden”.

Persoonlijke instellingen
Home In het nieuws Over WikiDelft Thema's Hulp
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies