geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Stationsgeschiedenis

Uit WikiDelft

Ga naar: navigatie, zoeken

Het eerste station

Het eerste station van Delft, dat in 1847 werd geopend, lag niet aan de Van Leeuwenhoeksingel, maar aan het eind van de Houttuinen. Gelegen tegenover de Binnenwatersloot was het prima bereikbaar voor Delftenaren uit de binnenstad. Het gebouw straalde landelijke rust uit. Het betrof een eenvoudig pand met houten daklijstversiering aan de voorzijde, ontworpen door M.C.J. Piepers.
Al snel bleek het station echter te klein te zijn voor de grote groepen reizigers die gebruik wilden maken van het nieuwerwetse vervoermiddel. Ruimte voor een stationsrestauratie was er bijvoorbeeld niet, zodat particuliere ondernemers hier op insprongen met onder andere een Stations-Koffiehuis buiten het station. Er rees in de loop der jaren dan ook steeds meer kritiek op het kleine station, in de Delftsche Courant samengevat in de volgende typering: 'dat oude gebouw met zijn bekrompen vestibule, zijn primitieve wachtkamers, zijn ongeriefelijke perron en zijn benauwde, onherbergzame dienstlokalen'.
Toen het station ook nog eens voor opstoppingen van het overige verkeer bleek te zorgen, gingen er stemmen op om een nieuwe locatie te kiezen. Treinen die bij het station wachtten, blokkeerden immers de doorgang van de Binnenwatersloot naar de Buitenwatersloot. In 1885 verrees daarom een nieuw station aan de Van Leeuwenhoeksingel, heel wat ruimer bemeten dan het eerste pand. De verkeersopstoppingen ter hoogte van de Binnenwatersloot waren overigens nog lang geen verleden tijd. Pas na de aanleg van het spoorwegviaduct konden de voertuigen hier ongehinderd doorrijden.

Stationsrestauratie

Bij het eerste Delftse station, op de Houttuinen tegenover de Binnenwatersloot, was geen ruimte voor een aparte restauratie. Toen het nieuwe station gebouwd werd, was dit dan ook een belangrijke eis. Voortaan zat er een restaurant ín het station, op Van Leeuwenhoeksingel 43. De stationsrestaurateurs woonden in het pand, boven de wachtruimtes. Van 1932 tot zijn overlijden in 1962 was dit Wim Jonker. In 1954 werd zijn gezin opgeschrikt door een korte maar felle uitslaande brand in het complex.
Wim Jonker werd opgevolgd door C. van Eck, die grote veranderingen tegemoet ging, aangezien vanaf 1965 het restaurant ook voor niet-reizigers opengesteld diende te worden. De stationsrestauratie bestond voortaan uit twee delen: het oude restaurant aan het perron voor de reizigers én een kelder voor de overige klandizie. Daar konden gasten terecht zonder trein- of perronkaartje. De inrichting van het geheel was overduidelijk op het spoor gericht, zoals een commentator bij de opening opmerkte: 'De voetsteunen bij de bar zijn gemaakt van rails, terwijl de bar verder is opgetrokken van biels en grint'.

Het nieuwe station

De vooraanstaande architect C.B. Posthumus Meyjes ontwierp het nieuwe Delftse station, dat in 1885 met gepaste trots geopend werd. De spoorwegen speelden inmiddels een belangrijke en vooraanstaande rol in de samenleving, wat zich uitte in dit rijkversierde monumentale pand. De journalist van de Delftsche Courant stak zijn enthousiasme over het nieuwe station niet onder stoelen of banken: 'Treden we door den hoofdingang binnen, dan is de indruk min of meer overweldigend en moeten we een ogenblik rondzien zonder te weten wat het eerst te bewonderen.'
Afgezien van het uiterlijk vertoon, was de indeling van het station ook een stuk praktischer en ruimer geworden. Het pand bood niet alleen woonruimte aan de stationschef, maar ook aan de stationsopzichter en de restaurateur. Het was in de woning van deze laatste werknemer dat in 1954 een felle uitslaande brand woedde. Nadien werden herstelwerkzaamheden uitgevoerd, maar over het algemeen is het uiterlijk van het station niet meer drastisch gewijzigd na 1885. Inmiddels geldt het dan ook als rijksmonument, en zal het gespaard blijven in het hele bouwproces rond de ondertunneling van het spoor. Naast alle loftuitingen over het station, klonken er echter ook al vrij snel klachten. Delftenaren vonden het niet prettig dat het tweede perron alleen voor reizigers toegankelijk was, aangezien dat het uitzwaaien van bezoek bemoeilijkte. Met name het feit dat de vertrekkende bezoeker een flinke trap moest beklimmen, was een doorn in het oog. De trap zelf zorgde in de loop der jaren ook nog voor enkele ongemakkelijke momenten, als reizigers zich verstapten of er vanaf vielen.

2009, Panoramio, StevenL

Kritiek op het station

Alhoewel de meeste Delftenaren onder de indruk waren van het monumentale stationsgebouw dat hun stad vanaf 1885 rijk was, klonken er toch ook enige kritische geluiden. De trap zou tot grote gevaren kunnen leiden, terwijl ook het tweede perron niet ideaal was. Slechts reizigers met een perronkaartje mochten dit betreden en als zij er eenmaal waren, dan werden zij blootgesteld aan kou en tocht. Een kritisch gedicht vatte de bedenkingen van diverse reizigers samen en werd op 7 oktober 1885 geplaatst in de Delftsche Courant.

Waarschuwing aan reizigers van en naar Delft.
Als gij vrienden, blij te moede,
veilig landt aan Goverts wal,
waant dat niets u schaden zal,
bidt dan God, dat hij u hoede
voor den zwaarsten, diepsten val.
Want bij al de schoone zaken
van ons nieuwe station,
dat voor lustslot dienen kon,
valt wellicht niets meer te wraken
dan dat Russische perron.
Tegen storm en regenvlagen,
gierend door de open loods,
kunt ge u schutten nog des noods,
door een harnas te gaan dragen,
't hoofd te dekken op zijn joodsch.
Maar op een der vele trappen,
die bij aankomst of vertrek
voeren langs 't douanenhek,
kan het lot u mis doen stappen,
u doen breken arm of nek.
Brengen onder aan uw voeten
sneeuw en ijzel klonten aan,
blijft de oogen neerwaarts slaan,
want, als ge een vriend wilt groeten,
raakt ge stellig van de baan.
Komt ge 's avonds opgetogen
herwaarts? Ziet! een duisternis,
die Egypte waardig is,
slaat als valluik op uw oogen,
maakt uw schreden ongewis.
Waakt dus steeds en blijft gelaten,
als ge daalt en als ge klimt,
of de nacht u tegengrimt,
buiten langs de tunnelgaten,
waar slechts flauw een lichtstraal glimt.
Staat ge dan een wijl verlegen,
of ge rechts of links moet gaan
als ge neerdaalt van de baan?
Kiest maar een der beide wegen,
altijd komt ge in Delft aan.
Denkt ge nog een vriend te vinden,
die u afhaalt op 't perron
of u leidt naar uw waggon?
't Is vergeefs gehoopt mijn vrienden,
't mag niet meer wat vroeger kon.
Moet ge soms een oudje brengen,
slecht ter been of wat bijziend,
of een meisje zonder vriend?
'k Weet niet of men 't zal geheugen,
dat gij haar tot leidsman dient.
'k Wil een profetie nog wagen:
dat een onheil zal geschien,
alas men het geheel zal zien
onder sneeuw en ijzellagen,
't fraaist toneel van gletschers biën.
Daarom vrienden, koopt u sokken,
hakloos schoeisel schaft u aan,
om niet van de been te slaan,
en ziet om naar alpenstokken,
om met vrucht te kunnen gaan.
Mocht ge lachen bij het lezen,
van een echten vriendenraad?
Valle nimmer die hij staat,
denkt, ge kunt de eerste wezen,
die hier 't dierbaar leven laat.
C.A.H

Stationsbrand

In de nacht van 13 op 14 mei 1954 brak er brand uit in een kantoortje op het station, gelegen tussen de tweede en derde klasse wachtkamers. Stationsrestaurateur Wim Jonker woonde met zijn gezin én met het gezin van zijn schoonzoon boven deze wachtkamers, reden te meer voor groot alarm. Er sliepen immers tien personen in dit deel van het complex. De gealarmeerde gezinsleden trachtten eerst via de trap naar beneden te gaan, maar deze uitgang bleek geblokkeerd door het vuur. Zij vluchtten naar boven, waar zij al vrij snel door de brandweer uit de dakgoot bevrijd konden worden. Alleen Wim Jonker zelf liep enige brandwonden op, aangezien hij geprobeerd had om een weg naar beneden te zoeken. De overige gezinsleden, inclusief de hoogzwangere mevrouw Jonker en haar anderhalf jaar oude kleinkind, kwamen allen ongedeerd via de brandweerladder naar beneden.

Spoorwegpersoneel

Toen in 1845 bleek dat de spoorlijn ook Delft zou aandoen, leidde dit meteen tot enthousiaste reacties onder werklustige arbeiders. Er heerste grote werkloosheid in de stad, zodat diverse mannen een beroep deden op de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij en het Delftse stadsbestuur. A.F.J. Beek was één van hen. Hij schreef in juli 1845 aan de burgemeester: 'daar ik thans zonder betrekking ben, neem ik door deze de vrijheid mij tot u edele diensten nederig aan te bieden, zoo er gelegenheid moogt bestaan mij te kunnen plaatsen op een uwer bureaux of tot eene andere betrekking ten diensten der spoorweg'. In de loop der jaren vonden vele Delftenaren een functie bij de spoorbaan, vooral omdat nog veel werkzaamheden met de hand werden uitgevoerd. Het omzetten van de wissels, de bediening van de spoorbomen en de controle van de spoorbaan, maar ook het vervoer van bagage. Behalve perronopzichters en kaartjescontroleurs waren op de perrons ook meerdere kruiers aan het werk. Zij waren te herkennen aan hun witte kiel, wat hen de benaming 'witkiel' opleverde.

Spoorwegviaduct

Lange rijen met wachtende wandelaars, fietsers en automobilisten. Dat beeld past goed bij de spoorwegovergang van de Buitenwatersloot naar de Binnenwatersloot. Zeker na de Tweede Wereldoorlog nam het autoverkeer zo fors toe, dat het tot grote opstoppingen leidde op dit kruispunt van verkeerswegen. De spoorlijn, die in eerste instantie zo dicht mogelijk bij de binnenstad was neergelegd, bleek nu een gigantisch obstakel te zijn. Om zowel de treinen als de auto's een goede doorgang te garanderen, werd besloten om de spoorbaan omhoog te brengen. Niet alleen bij de Buitenwatersloot, maar ook bij de Engelsestraat zou dan een viaduct ontstaan.
De beslissing voor de bouw van het spoorwegviaduct werd genomen in 1953 en twee jaar later konden de werkzaamheden starten. Dit gebeurde op 5 augustus 1955, de verjaardag van Prinses Irene. Afgesproken werd dat het eerst gereedgekomen viaduct haar naam zou dragen. Dit werd dus de Prinses Irenetunnel bij de Engelsestraat, die in 1960 geopend werd. Vijf jaar later was het hele tracé klaar en kreeg het verkeer ruim baan. Dat is te zeggen, niet op de Houttuinen. Terwijl dit voorheen een drukke verbindingsweg was geweest, kwam de straat nu in een dode hoek terecht. Diverse ondernemers maakten zich hier zorgen over, en bijvoorbeeld café-restaurant De Kroon verloor er aanzienlijk veel klandizie door.

Persoonlijke instellingen
Home In het nieuws Over WikiDelft Thema's Hulp
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies